Hahnemann, de grondlegger van de homeopathie, was vertaler van medische boeken. Tijdens het vertaalwerk viel hem op dat stoffen die werden gebruikt om medicijnen van te maken, bij gezonde mensen gelijksoortige ziektes konden opwekken, dus ziektes met dezelfde symptomen als waarvoor ze moesten genezen. Dit bracht hem op het idee om een proefje te doen. In de boeken las hij dat kinine malaria zou genezen omdat het bitter smaakt. Hij besloot het zelf eens te gaan slikken om te kijken wat er zou gebeuren. Vervolgens kreeg hij alle symptomen van malaria. Het bracht hem op de basis van de homeopathie: Hij ging deze proef verder uitbreiden en proefpersonen allerlei stoffen toedienen, waarbij hij hun reactie nauwkeurig omschreef. Omdat mensen hiervan soms echt ziek werden, besloot hij de dosering te gaan minderen. De mensen werden er minder ziek van maar de stof werkte niet zo krachtig meer bij zieken met dezelfde klachten. Toen hij de stof tussendoor ook is gaan schudden bleek de genezende werking op te treden. Zo was homeopathie geboren. De grondstof van een homeopathisch middel is niet alleen verdund maar ook geschudt, of gepotentieerd zoals dit wordt genoemd.
Middelen
Er zijn meer dan 2.000 homeopathische middelen, die voornamelijk zijn gemaakt van planten, dieren en mineralen. Omdat er maar weinig van de grondstof nodig is om een grote hoeveelheid middelen te maken, is het een milieuvriendelijke manier van produceren. Homeopathische middelen worden niet getest op dieren maar op mensen. Om te weten bij welke ziekteverschijnselen een middel werkt wordt het ingenomen door een aantal proefpersonen. Zij noteren nauwkeurig wat er met hen gebeurt als ze het middel gebruiken. Als het middel getest is door een groep proefpersonen dan wordt gekeken welke symptomen het meeste voorkwamen en hoe zij zich precies uiten. Het homeopathisch middel dat b.v. wordt gemaakt van brandnetel veroorzaakt jeuk en een rode, branderige huid. Bij het testen van het middel zal de proefpersoon dit na korte of langere tijd waarschijnlijk als klacht krijgen. Het kan vervolgens diezelfde huidklachten genezen.
Doel
Bij het geven van een homeopathisch middel is het hoofddoel natuurlijk om de klacht te verhelpen. Dieren kunnen echter ook op andere manieren reageren op een middel. Ze kunnen b.v. meer gaan slapen, vrolijker worden of rustiger. Het middel werkt op het hele dier en niet alleen op de klacht. Hoe meer het middel past bij het dier, hoe groter de kans is dat het niet alleen de klacht beinvloedt maar het hele dier. Ook als een klacht al jaren bestaat kan homeopathie helpen.



